Vrijwilligers van Alzheimer Nederland

Irma van Milt (75)

'Taboe en gêne moeten er vanaf'

‘Al sinds 1985 zet ik me in voor Alzheimer Nederland. Mijn schoonmoeder had vanaf 1976 Alzheimer, het intrigeerde me. Destijds wisten we van niets: niet hoe we met haar om moesten gaan, of welke signalen we konden herkennen. Er bestond toen nog geen voorlichting, dus we moesten alles zelf uitvinden. Daar is mijn drijfveer ontstaan. Ik wil anderen die in dezelfde situatie verkeren voorlichten, zodat zij zo goed mogelijk met hun naaste met Alzheimer om kunnen gaan. In het begin heb ik veel lezingen gegeven. Dat laatste doe ik nu nog wel eens, maar de website, Alzheimertelefoon en de Alzheimer Cafés zijn daar voor in de plaats gekomen. Inmiddels hebben mijn man en zijn zus ook Alzheimer. Ik vind mijn man een mooi voorbeeld van de veranderingen die we in bijna 30 jaar hebben voortgebracht. Hij vertelt zelf dat hij Alzheimer heeft als dat te pas komt. Die openheid moet nog verder tot stand komen. Taboe en gêne moeten er vanaf. Ik zie het als mijn innerlijke opdracht om informatie te blijven geven. Dat er altijd weer mensen zijn die me zeggen dat ze spijt hebben “dat ze het niet eerder hebben geweten”, bevestigt me in mijn activiteiten.’